Waarom collectief? Een interview met warrenpionier Chandar van der Zande

Door Joris Tieleman - augustus 2022

Een van de collectieve ontwerpsessies van de Warren (Chandar met bril, midden)

Warrenpionier Chandar werkte al langere tijd op allerlei manieren voor een socialere stad. Maar steeds bleef het bij tijdelijke projecten, die uiteindelijk dienend waren aan het grote geld. Tegelijk zag hij dat het wel kon. Die frustraties leidden tot de visie voor De Warren: het vastgoed permanent in gemeenschappelijk eigendom, om zo te kunnen bouwen aan duurzaam sociaal weefsel in de stad.

Op wat voor manieren ben jij in de stedelijke ontwikkeling begonnen?

Zo’n tien jaar geleden was ik deel van verschillende verbanden om de stad wat mooier en levendiger te maken. Denk aan NoordOogst, De Ceuvel, of de woongemeenschap aan het Surinameplein. Die kregen mooie ruimtes in de stad, maar altijd maar voor periodes van een paar jaar. En daarna wordt het standaard ontruimd en vervangen door iets commercieels.

Ik zag toen bijvoorbeeld hoe kraakpand en cultureel centrum De Valreep in A’dam Oost werd ontruimd, om daar Oostenburg van te maken. Hartstikke leuk geworden hoor, als nieuwe stadswijk voor mensen die niet zo veel mening hebben. Maar voor culturele of maatschappelijke vernieuwing betekent het niets. Dat cafeetje dat daar nu zit bijvoorbeeld, dat moet allemaal naar het midden van het midden bewegen om hun verdienmodel veilig te stellen.

Dat patroon zag ik overal gebeuren. Heel zonde van de energie die mensen erin steken. Je ziet het op de NDSM, je ziet het bij ADM, allemaal gestript. Ruigoord bestaat gelukkig nog wel.

Hoe zie jij waardecreatie in de stad dan wel?

Dat idee van die tijdelijkheid, dat we ingezet werden om wel de grondprijs op te drijven, de leefbaarheid van de wijk wat op te krikken, maar daarna ook weer te moeten vertrekken, dat vond ik een raar idee. Een van de boeken die ik toen heb gelezen is Van Wie is de Stad, Floor Milikowski, die zei: er gebeurt van alles om de stad mooier te maken, en uiteindelijk wordt dat privaat uitgebaat. Je creëert collectieve waarde, maar zodra die waarde in euro’s kan worden uitgedrukt, blijkt de grond weer privaat eigendom te zijn. Dan gaat de commerciële logica in werking en wordt de cultuur en collectieve waarden van het bord geveegd. Soms is de grond van de gemeente, maar heel vaak ook niet.

Een mijlpaal in de bouw van de Warren: de eerste heipaal!

Waar vond je inspiratie voor hoe het anders kan?

Er zijn een hoop voorbeelden waarbij mensen eigen initiatief tonen en land of vastgoed collectief aankopen en collectief beheren. Rond 2010 kwam ik bijvoorbeeld in gesprek met Clemens Mol, die wooncooperaties steunt en faciliteert vanuit !Woon. Die was toen bezig met Soweto, een klein initiatief in Amsterdam, waarbij hij met een groep mensen een vereniging oprichtte om de school Pieter Nieuwland te kopen. Dat pand was eigendom van het stadsdeel, dat wel wilde verkopen aan een tof initiatief. Zo hebben zij het model van collectief eigendom toegepast in Amsterdam, bij bestaande bouw.

In Nijmegen, bij het project Iewan (bijnaam: de Strowijk), zagen we weer een andere vorm: de beheercooperatie. Daarbij is de gemeenschap niet formeel eigenaar maar doet wel het dagelijks beheer. Een woningbouwcorporatie is financieel en juridisch eigenaar en verantwoordelijk voor groot onderhoud, al doen de bewoners ook van alles. Ze hebben ook veel zelf gebouwd, deels uit hout.

Ook over de grens vonden we inspiratie, bij Kater Holzig in Berlijn. Na protesten bij de rivier de Spree hadden sociale groepen daar genoeg momentum opgebouwd om zelf een stuk grond aan de Spree op te kopen, in plaats van dat daar commerciële kantoren en appartementen zouden komen. Dat is toen de Holzmarkt geworden, met een mooi park ervoor. Dat hebben ze voor 75 jaar in eigendom.

Chandar en Kim (zijn gade en medepionier)

Chandar en Kim (zijn gade en medepionier)

Hoe nieuw is deze beweging, van gemeenschappelijk grondbezit?

Gemeenschappelijk beheerde grond is geen prehistorisch of exotisch verschijnsel. In het grootste deel van de geschiedenis en het grootste deel van de wereld is het juist altijd de norm geweest. In het afgelopen millennium is dat in Europa langzaam allemaal geprivatiseerd, maar dat ging zelden zonder slag of stoot. Begin 20ste eeuw vonden in het Gooi nog gewapende landonteigeningen plaats.

De lokale boeren wilden dat de grond rondom het dorp collectief zou blijven, maar dat werd met geweld de kop in gedrukt. Het leger werd ingezet tegen de “erfgooiers”. Hun weerwoord? Eén van de agrarisch ondernemers stuurde zo’n duizend koeien op de militairen af, aldus de historici. Boerenprotesten zijn van alle tijden, maar hadden toen minder succes dan nu. Het gebied moest en zou geprivatiseerd worden, en dat werd het ook. Inmiddels staat op die plek het Hilversumse Mediahuis. (Redactie: voor verdere smeuïge details, zoek “Erfgooier” op Wikipedia")

Grondbezit is belangrijk, maar ook wat abstract. Hoe koppel je dat aan het dagelijks leven in de stad?

Enerzijds heb je het economische aspect, gemeenschappelijk grondeigendom, de Meent. En anderzijds heb je het bredere privatiseren van de gemeenschappelijke ruimte, de straat als ontmoetingsplek, met bankjes voor de deur. Denk aan de Nieuwendammerdijk, daar heb je dat nog. En op veel plekken in Noord, het maakt niet uit hoe slecht de architectuur het faciliteert, mensen gaan toch gewoon koppig voor hun deur op straat zitten, al moeten ze er strandstoelen neerzetten. Dan heb je het meer over het sociale weefsel, dat stuwt me heel erg om dit anders te doen.

Oh, en dat mensen hun kinderen alleen opvoeden. Dat is een bizarre praktijk, in mijn ogen. Je bent 35 jaar oud, en je bent 60% van je tijd bezig met om met een tweejarige te spelen. Daar wordt toch helemaal niemand blij van? Ik kan me niet voorstellen dat je thuiskomt en dan het enige aandachtspunt bent voor je kleine kind. Dat is zielig voor het kind en zielig voor de ouders.

Het idee dat we allemaal in ons eigen appartementje zitten, dat doet zoveel af aan de kracht van mens-zijn, een sociaal dier, een netwerk-wezen. Ik vind het iets absurds hebben, dat dat normaal is. Nog absurder vind ik het de laatste tijd als ik merk hoe sommige mensen met afschuw naar je kijken, als je ze vertelt dat je gezamenlijk je boeltje probeert te regelen. “Ik moet er niet aan denken!” Het is een afschrikwekkend idee voor veel mensen. Want we hebben collectief de vaardigheden verloren om met gezamenlijk leven om te gaan. Natuurlijk, mensen verhuizen niet voor niks naar de stad, dorpen en hechte gemeenschappen kunnen heel verstikkend zijn. Maar de totale individualisering, iedereen in een eigen betonnen hokje, dat is toch treurnis?

Het was een feestelijke bende toen de eerste heipaal van de Warren erin ging

Joey Hodde